Maak, bekijk en deel fiets- en wandelroutes.
Hoe werkt het?

Fucking hotel RSS feed

Marokko, november 2004
Het is donker. Menselijke ogen hebben in tegenstelling tot mijn fototoestel een groot aanpassingsvermogen als het gaat om het verschil tussen felle zon en ver gevorderde schemer. In beide gevallen ben ik goed in staat om alles waar te nemen. Maar naarmate de tijd verstrijkt en de schemer overgaat in de nacht, begint het voor mijn vermoeide ogen ook op te houden.

portret harry

'Fucking hotel' is eerder gepubliceerd in Wegwerkzaamheden, een bundeling van korte reisverhalen en columns van Harry Wagenaar (foto).

De weg is zwart en witte strepen ontbreken, evenals straatverlichting. Verderop voor me piept een roestige fiets, ik ben niet de enige die zich op dit uur nog op de weg begeeft. Het is slechts een vaag silhouet wat zo nu en dan zichtbaar is. Piep, knars, piep, knars: elke pedaalomwenteling van mijn voorganger laat horen dat hij nog vooruitkomt. Net als ik rijdt hij zonder licht. Zouden zijn ogen beter zijn dan de mijne? Of kent hij het traject uit zijn hoofd en herkent hij iedere hobbel in de weg?

‘Dertig kilometer bergaf’ en ‘Voor het donker kun je er zijn’, zei een agent die ik de weg had gevraagd. Het zijn opmerkingen die niet geheel serieus te nemen zijn, iemand die nog nooit een hele dag op de fiets heeft gezeten, heeft makkelijk praten. Dertig kilometer is inderdaad niet veel, maar als je er al 110 op hebt zitten, wordt het toch anders. De gevoelswaarde van elke gereden kilometer ligt dan beduidend hoger dan wanneer je nog maar net op weg bent. Dertig kilometer bergaf is ook nog eens onmogelijk als je je niet hoog in de bergen bevindt.

Hoe ver zou het nog zijn? vraag ik mij telkens weer af. De cijfers van de kilometerteller zijn opgelost in de donkere lucht, het antwoord blijft uit. Referenties zijn verdwenen, het is alsof ik fiets op een hometrainer in een verlaten donker sportlokaal. Felle autolichten onderbreken in een fractie dit idee, althans wanneer ze van achter komen. Voor mij ligt dan weer even een weg, een weg als in een videoclip: een kort flitsend beeld eindigend in een rode gloed van achterlichten. De weg is lang en het bepalen van de richting is een beproeving. En gevaarlijk, besef ik nu maar al te goed. Nauwkeurig probeer ik de kwaliteit van het asfalt in te schatten en aan de snel verdwijnende achterlichten heb ik even houvast om mijn richting te bepalen. Anders is het wanneer er lichten naderen. Om verblinding te voorkomen houd ik mijn hand in de lichtbundel. Maar waar ben ik? Op het midden van de weg? Vlak naast de berm? Beland ik zo dadelijk in een greppel? Mijn evenwicht, oh hemel, ik slinger! Waar is de kant? De berm, ik wil naar de berm!

Resoluut knijp ik in de remmen, maar wanneer sta ik stil? Met mijn voeten tast ik de grond af, op weg naar de plaats waar ik de berm vermoed. De auto flitst voorbij. Voorzichtig hervat ik mijn weg. Piep, knars, piep, knars, mijn voorganger is er nog. Het geeft hoop. Marokkanen zijn niet zo gek om elke dag honderd kilometer of meer te fietsen en al helemaal niet in het donker op een krakkemikkige fiets. De bewoonde wereld kan echt niet ver weg meer zijn.

De lichten van de stad, het zijn monochrome natriumlampen die de werkelijkheid maar voor een klein deel weten terug te brengen: een oranje gloed waarin alles grijs blijft. Het zorgt slechts voor een kleine opluchting. Vermoeid trap ik achter een jongen aan die mij de weg wijst naar een hotel dat veel te duur is naar mijn zin. Maar helaas is er niets anders, of men vertelt het niet.

In de lobby is bier te krijgen. Niet dat ik er momenteel erg veel behoefte aan heb, maar nu de gelegenheid zich voordoet moet ik dat toch maar niet voorbij laten gaan, in de winkels is het niet verkrijgbaar. Hierbij heb ik dan meteen de mogelijkheid de fraaie lobby te bewonderen. In luxe hotelkamers voel ik me doorgaans toch niet erg op mijn gemak. Je hebt ervoor betaald, maar het enige wat je er moet doen is een douche nemen, slapen en het toilet gebruiken. De tv, de keurige gordijnen, het tapijt op de grond en de schilderijen aan de muur: allemaal overbodig. De volgende dag ben ik alweer weg en dan is er de hele dag lang van alles te bewonderen dat veel mooier en interessanter is dan het interieur van een hotelkamer.

Volgens de jongen die mij naar boven brengt, lag dat toch allemaal even anders. Er was airconditioning! Jawel! ‘Ik zal hem voor je aanzetten’, zegt hij ter onderstreping van de fantastische kwaliteit, waarin ik terecht ben gekomen. Dat de temperatuur in deze tijd van het jaar het alles behalve noodzakelijk maakt, doet niet ter zake.

Ik kom in gesprek met drie Marokkanen uit Casablanca. Een ervan, die het snelle uiterlijk heeft van een Italiaanse autocoureur, spreekt uitstekend Engels. Nu ben ik weliswaar erg slecht op de hoogte van autocoureurs in het algemeen, maar met zijn puntig gestileerde bakkebaarden en snor komt dat misschien toch wel aardig in de richting. Hij vertelt dat dit hotel een van de weinige mogelijkheden is om aan bier te komen en dat ze daarom hier naartoe zijn gekomen.

‘Ik heb zes jaar in de Verenigde staten gewoond, for business you know, maar fuck, dat gaat nu niet meer’, zegt hij.
‘Je bedoelt na de aanslagen van 11 september?’
‘Ja, die fucking Yankees en Bush hè, wat een klootzak! Ze wilden me niet meer. En natuurlijk degenen die de aanslagen op hun geweten hebben zijn ook fucking klootzakken!’
‘Ach ja, mijn favoriet is het ook niet’, beaam ik en glimlach om zijn temperamentvolle fucking betoog. ‘Merken jullie veel van het onderscheid tussen Berbers en Arabieren’, wil ik weten.
‘What a fucking nonsense, ja er zijn hier mensen die zich er druk om maken, ik niet. We zijn allemaal gewoon Marokkanen’, zegt een van de andere mannen, ‘laten we daar nou ook niet een probleem van maken.’
‘Hé boys, kunnen we het niet hebben over leuke dingen?’ werpt nummer drie in het midden. ‘Het is avond, dan moet je genieten. Kom op, bier drinken. Laten we het over mooie vrouwen en voetbal hebben, niet zo serieus over politiek en zo. Waar kom je eigenlijk vandaan en met welk doel ben je hier?’

Er valt een korte stilte nadat ik verteld heb op de fiets onderweg te zijn en uit Nederland kom.
‘Nederland? Die fucking moordenaar! Ik bedoel… Diegene die jullie Ven Kock vermoord heeft, die fucking klootzak… Het was een Marokkaan en het spijt me heel erg weet je.’
‘Spijt het je? Jij zal Theo van Gogh toch niet vermoord hebben, het was iemand die behalve de Marokkaanse ook de Nederlandse nationaliteit had. Dan moet ik jou ook verontschuldigingen aanbieden’, werp ik tegen.
‘Nee een Marokkaan is en blijft een van ons, hè. Ik vind het echt heel erg.’
Ik knik, natuurlijk heeft hij gelijk. Het heeft een weerslag op het hele land. ‘Helaas er zullen nu nog maar weinig Nederlanders zijn die jouw land de komende tijd zullen gaan bezoeken en dat is jammer.’
‘Die fucking Bush mogen ze wel doodschieten en anders wil ik het zelf wel doen. Ik ben bereid te sterven voor mijn land’, zegt hij en balt zijn vuisten.
‘Hé mannen, willen jullie nog bier? Er is voetbal op de televisie, Barcelona heeft gewonnen. Raikard, is een goede coach uit jouw land, hè?’

Uit: Wegwerkzaamheden. Dit boek (84 p., hardcover, prijs € 15,-) van Harry Wagenaar is te bestellen via http://www.fietsenaar.nl/

Reageren via facebook:

Powered by Facebook Comments

Geplaatst in Afrika, boeken en kaarten, Fietsen | Tagged , , , , , , , , , | Reageer