In Casablanca staat een enorme moskee die er nog maar sinds 1994 staat. Met een minaret van tweehonderd meter hoog, een beweegbaar dak als van een voetbalstadion, deuren gemaakt van titanium, marmeren zuilen en een glimmend betegeld plein.

Harry Wagenaar is auteur van reisboeken, redactielid van het blad De Wereldfietser en mede-organisator van de Fiets en Wandelbeurs.
Afrika is niet bepaald rijk aan grote in het oogspringende gebouwen, het werd dus wel een keer tijd zou je kunnen zeggen. Of toch niet? Europa staat bol van geschiedenis en cultuur. Mensen genieten ervan en komen in groten getale de sfeer van weleer opsnuiven in beroemde steden als St. Petersburg, Praag, Boedapest, Venetië en Rome om zomaar wat willekeurige plaatsen te noemen. Niet alleen in de vorm van kerken, koopmanshuizen en woningen. Nee, net even een stap verder, in de vorm van megalomane prestigieuze gebouwen.
We smullen ervan en bekijken ze vol ongeloof: dat mensen in staat zijn geweest dat te bouwen, prachtig! Maar juist die werden heel veel jaren geleden dikwijls in opdracht van dictators gebouwd. Er is alleen niemand die nog klaagt over uit de hand gelopen kosten of over het leed dat tijdens de bouw is veroorzaakt, het is immers te lang geleden en niet meer relevant.
Anders wordt het wanneer er recenter zo’n gebouw is neergezet. De laatste dictator die in dat opzicht in Europa opzien baarde zal Nicolae Ceauşescu van Roemenië zijn geweest met zijn Volkspaleis. Mensen spreken er nog steeds schande van dat hij dat heeft gedaan ter eer en glorie van zichzelf.
De moskee in Casablanca is het geesteskind van een ander hooghartig persoon, koning Hassan II. En net als in Boekarest werden er woonwijken platgewalst en meer dan een paar centen van de bevolking gebruikt om het te kunnen bouwen. Driehonderd miljoen dollar zo ongeveer, verdeeld over twaalf miljoen mensen die er bij lange na niet zo’n hoge levensstandaard op na houden als wij. Zeshonderd miljoen kostte de bouw in totaal. Met dat geld heb je dan wel de twee na grootste moskee ter wereld. Die in Mekka en Medina mag je natuurlijk niet overtreffen. Hassan II had als doel de meest westelijk gelegen moskee ter wereld neer te zetten, voor de helft in de oceaan gebouwd omdat er in een Koranvers staat dat de troon van Allah boven het water ligt. Vijfentwintigduizend mensen kunnen erin en op het plein nog eens negentigduizend! Maar het kan verkeren, de koning heeft pech. De oceaan lijkt sterker dan Allah’s troon en knaagt met het alles vernietigende zout nu al met stevig resultaat aan de fundamenten. Restauratie is dringend noodzakelijk.
Net voordat ik arriveerde, passeerde ik een armoedige wijk die aan de sloophamer leek te zijn ontsnapt. Schamele onderkomens gebouwd op de meest eenvoudige manier van blokken beton, golfplaat en plastic zeil. Alsof het volk gekleed in lompen, de krampachtig pronkende koning bibberend op zijn blote voeten in het veel te koude water, de rug heeft toegekeerd.
Het plein is op enkele bezoekers na leeg en met mijn fiets aan de hand wil ik richting de ingang lopen. Doorgaans kan en mag veel in Marokko. Zo reed ik eerder ’s avonds zonder licht achter een rammelend politiebusje aan op weg naar een hotel die de dienstdoende agenten mij heel vriendelijk wezen. Hier zo schat ik in zal dat toch vast niet zo vrij zijn. Op deze glimmende vloer is het gepaster om even af te stappen en te gaan lopen. Maar net voor de opgang klinkt er een kort bars commentaar van een dienstdoende agent: ‘Geen toegang met een fiets’. Geen vriendelijke politieagenten deze keer.
Teleurgesteld loop ik terug, een fietsenstalling is nergens te bekennen maar wel een man in stofjas. ‘Ik kan je fiets bewaken,’ zegt hij en laat zijn badge zien waarop zijn vermeende vergunning staat. Mijn volgepakte fiets afgeven aan iemand die je midden op straat aanspreekt zonder dat er iets van een stalling zichtbaar is, is wel het laatste wat ik zal doen. Dan maar net zo handelen als bij het Parlementsgebouw van Boedapest waar je, ten gevolge van de ligging aan de Donau, ook niet bij kan komen. Van een afstand maak ik een paar foto’s, van het gebouw als geheel, zonder de details. Dat de minaret hoog is en het gebouw groot, ja dat leidt geen twijfel. Tweehonderd meter, als men honderd had gezegd had ik het ook geloofd. Zo tegen de achtergrond van de oceaan zijn de verhoudingen zoek.
Het is voor de mensen te hopen dat er toeristen op af komen, zodat net als bij die andere megalomane gebouwen er wat geld aan de bevolking kan worden teruggegeven. Helaas heeft Casablanca behalve deze moskee weinig meer te bieden. Ook niet voor mij, toeristische bezienswaardigheden zijn niet het voornaamste waar ik voor kom. Ik pik ze mee als het zo uitkomt. De sfeer opsnuiven, het proberen te ontdekken van verschillen met vergelijkbare plaatsten vind ik veel interessanter. Dat wat Casablanca maakt tot Casablanca. De stad is niet speciaal, zij onderscheidt zich eigenlijk in niets. Het is er druk, zoals alle steden druk zijn en het verkeer begeeft zich door rechte straten geflankeerd door fantasieloze gebouwen: Een relatief moderne no-nonsense stad.
Het consulaat van Mauritanië vormt voor mij de voornaamste reden waarom ik Casa, zoals de stad in de volksmond vaak wordt genoemd, heb opgezocht. Ik zal er een visum moeten halen aangezien het onzeker is of dit aan de grens ter plaatse te krijgen zal zijn.
Er ligt een camping vlakbij, welke behalve door een bewaker, ook geflankeerd wordt door een fruitstal. Een kleurrijke uitstalling waar ik mijn ogen uitkijk en veel lekkers te halen valt. Verrassend, zowaar een leuk klein plekje in een enorme stad. Veel mooier eigenlijk dan zo’n hele grote eenzame moskee.
Harry Wagenaar
www.fietsenaar.nl

Harry Wagenaar is auteur van reisboeken, redactielid van het blad De Wereldfietser en mede-organisator van de Fiets en Wandelbeurs.
www.fietsenaar.nl



Reageren via facebook:
Powered by Facebook Comments